DE GESCHIEDENIS VAN EEN MISLUKTE EMIGRATIE NAAR BRAZILIË VAN PIETER KUIJPER en DIEUWERTJE DIEPSMEER en hun zoon JACOB, in het jaar 1909/1910.

 

(Verteld door oom Abraham KUIJPER, geboren te Sint Pancras (Noord-Holland) in 1914.) later woonachtig te Steenwijk en Genemuiden.

 

Genemuiden, 21 Maart 1985.

 

Het verhaal van mijn vaders reis naar Brazilië.

 

's Avonds in het half donker zaten oom Piet en ik bij mijn vader op de bank en moest hij ons over vroeger vertellen, wij waren toen 5 en 6 jaar oud (1920!). Omstreeks 1906 (moet zijn 1909 !) waren in Europa slechte tijden en mijn vader met zijn eerste vrouw en hun zoon Jaap (Jacob), besloten zich aan te sluiten bij een groep bestaande uit 400 Duitsers en 400 Hollanders, om :naar Zuid-Amerika te gaan en om aldaar een nieuw leven te beginnen. Dit op uitnodiging van de regering in Brazilië; voor blokhutten zou worden gezorgd.

 

Het hele stel op een boot, en na 2 maanden kwamen ze aan in Rio de Janeiro, vandaar gingen ze 2 dagen met een trein de binnenlanden in (Sao Paulo) en toen verder met ossenwagens, nogmaals 2 of 3 dagen en eindelijk waren ze in hun nieuwe vaderland. Op de woeste bodem kregen ze een blokhut (per gezin) welke 2 à 3 kilometer uit elkaar lagen. Grote velden moesten bouwrijp gemaakt worden, dit gebeurde door de zaak in brand te steken, er stonden soms bomen op, zo vertelde mijn vader, die je met 5 man niet omspannen kon. Een paar heeft hij er door inlanders laten omhakken in ruil voor een paar blauwe broeken. Op vaders land stonden ook nog een paar hutten van in­landers, vader heeft gezegd, laat ze maar rustig staan, ik heb er geen last van. Als hij gezegd had, weg met die rommel, dan was het op één of andere manier slecht met hem afgelopen.

 

Het land was prima en alles wilde er groeien, zelf hadden ze uit Nederland veel zaad en pootgoed meegenomen. Maar………. ze zaten te ver van de bewoonde wereld af, om hun producten rendabel te kunnen verkopen, dit was dus de eerste misrekening. Door het water soms ongekookt te drinken brak er een tyfus epidemie uit en elke week stierven er mensen en vader had elke week wel een begrafenis. Ook mijn broer Jaap ontkwam niet aan die ziekte; toen kwam er een inlander voorbij die mijn vader beduidde,"die jongen gaat dood". Maar als hij Jaap meenam was er misschien nog een kansje. Vader Pieter Kuijper gaf zijn zoon Jaap mee, en na 6 weken kreeg hij Jaap terug, zo mager als een konijn, maar wel gezond; ook kreeg hij palmblad met een wit poeder, dat hij iedere dag moest innemen. (Jaap). Op een zekere dag ging hij zijn buren bezoeken en wat trof hij daar aan, het was meer als erg! De man was overleden en de twee kinderen die ze hadden ook. De vrouw liep radeloos door het huis over dit verlies. Vader heeft de man en de kinderen begraven en de vrouw meegenomen naar zijn blokhut. Nu was voor hem de maat vol en hij besloot weer naar Neder­land terug te gaan.

 

Met zijn eerste vrouw, Jaap, en zijn buurvrouw ging hij op weg. Eerst naar de trein, veel geld hadden ze niet meer voor de treinreis en om geld te besparen is mijn broer Jaap toen onder de rokken van zijn moeder gekropen. En zo zijn ze dus in Rio de Janeiro aangekomen. Ze gingen naar de Consul van België, een Hollandse Consul was daar niet. Deze man kon, of wilde mijn vader geen geld geven, maar vader mocht wel als tuinman komen werken. Vader heeft toen een kamer gehuurd, maar moest wel elke dag betalen en daarom ging hij iedere avond bij de Consul zijn geld halen; die vond dit helemaal niet leuk. Op een zekere dag las hij op een schrijfbord, dat een schip de "Hollandia" de volgende dag zou aankomen en 2 dagen in Rio de Janeiro zou blijven,

 

Mijn vader, de 2 vrouwen en Jaap, naar de haven. Mijn vader met de kapitein gepraat en gepraat, maar dat hij hem niet mee kon nemen als hij niet betalen kon. Vader echter, liet zich niet afschepen en bleef bij op de kade staan. Inmiddels hadden de mensen op het schip dit alles wel gezien en vroegen de kapitein wat er aan de hand was met die man, die 2 vrouwen en dat kind op de kade, Toen de kapitein alles had verteld boden ze aan de overtocht voor de vrouwen en de jongen te betalen, dan konden de vrouwen hun helpen en op hun kinderen passen. Maar de kapitein moest dan mijn vader voor zijn rekening nemen bijvoorbeeld als hulp voor de kok. Dit is toen gebeurd en zo kwamen ze tóch nog in Nederland. In Nederland moest het schip voor een grote reparatie 2 maanden in een dok en vader kreeg een baan als oppasser en verdiende toen weer wat. Toen hij op een zekere dag in Alkmaar een tante tegen kwam (een zekere tante Neel) schrok dat mens zich halfdood en stamelde" ;Piet ben je nú al rijk?".

 

Dit is het verhaal van mijn vader Pieter Kuijper ons in onze jeugd door hem verteld.

 

De schrijver van dit verhaal is;

 

Oom Bram Kuijper, geboren 10 juli 1914 te Sint Pancras. Doe de groeten aan allen die dit lezen!.

 

 

-------------------------------------------------

Naschrift van oom Abraham Kuijper, geb.1914 te Sint Pancrasa naar aanleiding van een vraag in het voor­malige blad "Het Kuijperhart, 2e jaargang, nummer 6, maart 1985."

Hoe Annie (Anna Alberdina) en haar zuster Froukje (Froukje Ages)de Vries in Schagen Noord-Holland zijn terecht gekomen.

 

Mijn vader en moeder begonnen een stoomwasserij in Schagen - er werken dan ca . 5 strijksters uit den Helder en mijn broer Jaap als chauffeur. Mijn vader kreeg een maagbloeding en mocht het werk niet langer meer doen. De zaak is toen verkocht aan de familie Age de Vries-Russcher.

'Mijn broer Jaap bleef in de zaak en maakte zo dus kennis met de zusters Annie en Froukje (Agnes) de Vries.

 

Ik ben in 1970 nog eens gaan kijken, de fabriek was er nog, maar in 1980 toen ik er weer eens kwam, was alles weg.

Er stonden woningen, wel stond er nog het oude station, maar de rest was allemaal verdwenen. De fabriek heeft gestaan vlak bij het oude station. (Aan het einde van Schagen, op de weg naar Dirkshorn. Voor de fabriek er kwam stond er een oude korenmolen "De Loud”.

Wij mochten als kinderen niet te ver van huis, maar wel tot aan de brug, dit was voor ons al een heel eind. In werkelijkheid, bleek ons later, was het niet meer dan 300 meter, als je jong bent stel je je alles veel groter voor dan dat het is.

De naam "De Loud" van die molen is nog bekend in Schagen ten minste bij de ouderen (een streeknaam)!.

 

----------­----------­

 

Genemuiden, 21 Maart 1985.

 

w.g. A. Kuijper.

 

 


voor opmerkingen, aanvullingen & commentaar

Deze site wordt onderhouden door Gerard Hugenholtz

versie: maandag 21 maart 2005