Hendrik Knijpinga Cramer (1754-1815)

Mijn verre voorouders (generatie 7): De laatste Drost van Twente: Ik stam af van zijn enige gewettigde nakomeling, die hij verwekt had bij zijn huishoudster Judith Waanders (ca 1770-1848).

Dr. Mr. Hendrik Knijpinga Cramer, Drost van Twente, gedoopt op 9 januari 1754 te Ootmarsum, overleden op 29 maart 1815 te Ootmarsum op 61-jarige leeftijd. Zijn moeder hertrouwde in 1767, na het overlijden van haar man, met Hermannus van Beverforde die ook weduwnaar geworden was. De hertrouwenden namen elk een zoon mee: Mettina had alleen nog Hendrik, Hermannus had een zoon Anthony Voskind van Beverforde, die twee jaar jonger was dan Hendrik.

Hendrik ging in 1771 rechten studeren in Groningen. Op 23 september 1775 werd hij ingeschreven als student in Leiden, samen met zijn stiefbroer Antony. De jonge Cramer genoot waarschijnlijk van zijn studententijd. Uit een briefwisseling met zijn plaatsgenoot W.H. Dröghoorn, die in Utrecht studeerde, repte hij over mijn lieve schone A. die van deze nagt hier bij mij op mijne kamer zal slapen, mij met uitgestrekte armen reeds bij haar in t bede tegemoet ziet. Zijn stiefbroer verweet hem later zelfs dat hij op bezoek was geweest bij Dr. Brand, zeer beroemd in het genezen van kwalen die alleen het gevolg van een losbandig leven plegen te zijn. In 1777 sloot hij zijn studie af (J.u.d. Leiden 1777).

De stiefbroers waren aanvankelijk vrienden maar werden uiteindelijk aartsvijanden. Er ontstonden allerlei familietwisten rondom de verdeling van een erfenis. Knijpinga woonde in het Drostenhuis, terwijl Van Beverforde samen met zijn knecht in het huis van zijn moeder Het Hofmeiershuis, aan de Grotestraat domicilie had.

In 1777 werd hij jongste secretaris van Deventer. In de jaren tachtig van de achttiende eeuw maakte hij de strijd tussen patriotten en prinsgezinden van nabij mee. In 1785 werd hij -midden in de patriottentijd- gekozen tot burgemeester van Ootmarsum en werd daarnaast in 1786 kapitein van de schutterij (een soort burgerwacht).
Zijn stiefbroer Anthony werd een vurig patriot. Als zodanig werd hij gevraagd voor verschillende belangrijke functies. Op 12 september 1787 krijgen de prinsgezinden het weer voor het zeggen en wijkt Antony uit naar Nordhorn. Later beschuldigde hij zijn stiefbroer van het misbruik maken van deze situatie, om het een en ander voor een latere erfenis te regelen. Dit buiten Antony om, wat later leidde tot grote onenigheid tussen beiden. In die tijd dat de prinsgezinden de macht verloren kwam de Bataafse republiek naar Frans voorbeeld met de leus: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hierbij paste geen horigheid. Die werd dan ook afgeschaft. Als in 1792 zijn vader overlijdt, wordt Antony hofmeier, maar dat brengt hem niet veel op. Hij blijft met grote schulden achter. Door vele verplichtingen en het feit dat hij sinds de revolutie alleen maar rente inkomsten had (afschaffing horigheid), raakte hij nog verder in de schulden. Als er een einde komt aan het hofmeierschap, schrijft hij in 1817 een boek dat overloopt van rancune over zijn relatie met zijn (inmiddels overleden) stiefbroer Hendrik Knijpinga Cramer. Geïnteresseerden kunnen mij benaderen voor een kopie van dit boek.
Hendrik Knijpinga Cramer was een levensgenieter en erg gesteld op bezit en hij vermaakte zich op de jacht. Dat blijkt uit brieven van zijn plaatsgenoot Joan Georg Dröghoorn aan zijn zoon Wennemar, waarin Hendrik verschillende keren beschreven wordt. Dröghoorn vindt dat Hendrik zijn burgemeestersfunctie niet al te serieus neemt en “leeft wie ein vetter Haan, die maar leeft alleen voor zijn plaisier”. Volgens de geruchten haalde hij dat plezier ook bij de meid Fenne die in 1788 in de kraam kwam. Officieel was de knecht de vader, maar deze beschuldigde Knijpinga Cramer ervan dat hij hem met de meid betrapt had. Hij zei zelfs dat het al de derde meid was die dit lot trof. De agtinge die Dr. Cramer nog al had, zal er veel door lijden, ook vreze ik dat hij er deze keer niet zo gemakkelijk zal afkomen; de tijden zijn thans zeer verandert, dog onze Hendrik heeft geld genoeg en is nu alleen.
Op 16 april 1795 werd Hendrik lid van de Provisionele Representanten van het Volk van Overijssel namens de Stad Ootmarsum. Van 17 april 1795-1 maart 1796 was hij gedeputeerde van de "Staten-Generaal der Verenigde Nederlandse Provinciën" namens Overijssel. In 1803 Drost van Twente en in 1810 Baljuw van Twente.
Mijn directe voorouder Hendrik Knijpinga Cramer (175-1815), de laatste drost van Twente.
Mijn directe voorouder Hendrik Knijpinga Cramer (175-1815), de laatste drost van Twente.
Woonhuis Hendrik Knijpinga Cramer (1754-1815); 
Walstraat 1 te Ootmarsum.
Woonhuis Hendrik Knijpinga Cramer (1754-1815); Walstraat 1 te Ootmarsum.
Zijn stiefbroer Anthony Vosdingh van Beverforde.
Zijn stiefbroer Anthony Vosdingh van Beverforde.
Kremershuis in Ootmarsum. Voormalig woonhuis van stiefbroer Antony Vosding van Beverforde.
Kremershuis in Ootmarsum. Voormalig woonhuis van stiefbroer Antony Vosding van Beverforde.
In 2009 is een boekje verschenen over
In 2009 is een boekje verschenen over "Het Drostenhuis in Ootmarsum" door Paul Brood, met daarin ook uitgebreide informatie over mijn voorouder Hendrik Knijpinga Cramer.
Als drost mocht Cramer het bezoek van koning Lodewijk Napoleon aan Ootmarsum meemaken. De koning was op rondreis door het land en trachtte misstanden direct de wereld uit te helpen. Het bezoek aan Ootmarsum werd goed voorbereid en er vond correspondentie plaats over de te bespreken punten, over hoe groot het gezelschap was dat Ootmarsum zou aandoen en het programma. Op de reis in 1809 werd in verschillende plaatsen de kerken teruggegeven aan de rooms-katholieken. De koning had besloten om de nacht in Ootmarsum te verblijven en voor hem was het Huis Ootmarsum, de voormalige Commanderie als nachtverblijf uitgekozen. Ook zijn uitgebreide gevolg werd her en der ondergebracht. In het Drostenhuis verbleef de hoge commissaris der posterijen met zijn knecht. De koning gaf niet alleen de kerk terug aan Rooms katholieken, maar stelde middelen beschikbaar voor de bouw van een hervormde kerk.
Enkele maanden voor zijn dood, op 1 december 1814, is Hendrik benoemd tot lid van de "Provinciale Staten van Overijssel" namens de landelijke stand. Hij heeft nooit zitting genomen. Wellicht was hij de maanden voorafgaande aan zijn dood al ernstig ziek.
Als we zijn rancuneuze stiefbroer mogen geloven, is de begrafenis van Cramer evenmin gladjes verlopen. Zijn familie weigerde hem een plaats in het familiegraf, tenzij hij daarvoor 25 gulden betaalde. De familie zou dat geld dan aan de armen geven, zodat dezen dan toch enig voordeel mochten genieten van de man, die hen tijdens zijn leven nooit iets had gegeven.
Na zijn dood kreeg zijn in 1802 geboren- buitenechtelijke- zoon Herman de beschikking over de gehele erfenis, mits hij de naam Cramer zou aannemen. Deze kans greep hij uiteraard met beide handen aan. Zijn familie was uiteraard geschokt dat ze zijn enorme nalatenschap misliepen, en hebben nog jarenlang processen gevoerd. Maar de moeder van Herman (en huishoudster van de drost) heeft uiteindelijk alles gewonnen.
In 2009 stuitte ik op het testament van de drost. Dit wordt hertaald door een actieve groep genealogen in Ootmarsum.
Het toenmalige woonhuis van Hendrik Knijpinga Cramer (Walstraat 1) is tegenwoordig te bezichtigen als "Museum Drostenhuis Ootmarsum". Keizer Napoleon introduceerde de Empire-stijl in Nederland, die een mengeling was van Griekse en Romeinse pracht en praal. De adel volgde hem daarin graag en ook het Drostenhuis Ootmarsum werd in deze stijl ingericht. De verschillende kamers met vele antieke vroeg 19e-eeuwse meubelen, schilderijen en gebruiksvoorwerpen geven een goed beeld van het vroegere herenleven. Het huidige gebouw is in de zestiger jaren van de vorige eeuw door Professor Henrick Mulder geheel in oude luister hersteld. De rijke historie van Ootmarsum was voor hem zijn inspiratiebron. Na het overlijden van professor Mulder werd het huis nog vele jaren door zijn weduwe mevrouw Mulder-van Eerde bewoond. Zij besloot in 2004 het gebouw een museale functie te geven. Hiervoor werd de Mulder-van Eerde Stichting in het leven geroepen. In 2005 is samenwerking gezocht met het Openluchtmuseum Ootmarsum en in maart 2005 is het museum officieel geopend.

Voor een uitgebreide biografie: Het Drostenhuis Ootmarsum, door drs. Paul Brood.

Verhaal van de procedures, gevoerd tusschen nu wijlen mr. Hendrik Knijpinga Cramer, aanlegger en mr. Antonij Vosding van Beverförde, verweerder, de eerste, in leven gewoond hebbende, de tweede alnog wonende in de stad Ootmarssum, in het arrondissement Almelo, provincie Overijssel : inhoudende een betoog van het wederregtelijke der, tegen den verweerder, geslagene incidentele vonnissen en opgaaf van den tegenwoordigen staat der zaak, tusschen den verweerder en den universelen erfgenaam des eischers. Auteur: Antonij Vosding van Beverförde. Deventer: J.H. de Lange, 1817 Indien men geïnteresseerd is in een afdruk; graag contact met mij opnemen.

Kind:
 Herman Cramer (1804-1868), Rentenier, Fabrikant
Met Monique en de kids voor het Drostenhuis in 2009.
Met Monique en de kids voor het Drostenhuis in 2009.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Interieur van het Drostenhuis.
Op 29 maar 2009 is de historische stoet door Ootmarsum gereconstrueerd, waarmee Lodewijk Napoleon (de eerste koning van Nederlandse) was omringd toen hij in 1809 de stad binnentrok. De koning en zijn gevolg werden op hun tocht door de stad begeleid door inwoners. Ook in 1909 liet men dat feit niet ongemerkt voorbij gaan en werd een feestelijke, historische optocht gehouden, waaraan vele tientallen parochianen deelnamen. Het eerste deel van de stoet bestond dus uit koning Lodewijk Napoleon en zijn gevolg. De Ootmarsumse delegatie bestond uit de Drost Knijpinga Cramer (mijn direct voorouder), de Hofmeier van Voskind van Beverforde (stiefbroer en aartsvijand van de drost), de rentmeester van het huis Ootmarsum, de pastoors en dominee’s en andere notabelen.
Na de rit per koets zette het gezelschap de tocht te voet voort door het centrum. Het programma werd afgesloten met een gemeenschappelijke liturgische viering in de grote kerk. Onderstaande fotosessie geeft een impressie weer van deze tocht, waarbij ik (uiteraard) focus op mijn voorouder Hendrik Knijpinga Cramer, de drost van Twente.
Ontvangst tijdens de 200 jarige herdenking van het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809 door Hendrik Knijpinga Cramer.
Ontvangst tijdens de 200 jarige herdenking van het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809 door Hendrik Knijpinga Cramer.
Optocht tijdens de 200 jarige herdenking van het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809.
Optocht tijdens de 200 jarige herdenking van het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809.
Met Christiaan op de foto met de acteur die als mijn voorouder Hendrik Knijpinga Cramer  gekleed was.
Met Christiaan op de foto met de acteur die als mijn voorouder Hendrik Knijpinga Cramer gekleed was.
De deelnemers aan de 200 jarige herdenking van het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809 in Ootmarsum.
De deelnemers aan de 200 jarige herdenking van het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809 in Ootmarsum.
De acteurs die de koning en koningin naspeelden.
De acteurs die de koning en koningin naspeelden.
De nagespeelde rechtszaak over de Oude Kerk tijdens de 200 jarige herdenking van het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809.
De nagespeelde rechtszaak over de Oude Kerk tijdens de 200 jarige herdenking van het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon in 1809.
Dit filmpje kwam ik op youtube tegen, en geeft een bezoek weer aan het drostenhuis in Ootmarsum.