mijn Genographic project

Op zoek naar de oudste voorouder in mannelijke lijn

Het Genographic project is een initiatief van het tijdschrift National Geographic, IBM en de Wyatt Family Foundation. Het project is in april 2005 gestart en heeft als doel om de menselijke migratiepatronen vanaf de prehistorie in kaart te brengen.
Hiervoor verzamelen en analyseren onderzoekers DNA monsters van honderdduizenden mensen van over de hele wereld. Het project gaat waarschijnlijk 5 jaar duren. De DNA monsters worden genomen van inheemse volkeren. Deze volkeren hebben zich grotendeels niet gemengd met andere volkeren en dragen duidelijk herkenbare markers in hun DNA. Deze volkeren zijn vaak directe afstammelingen van de volkeren van vroeger. Dit maakt hun DNA perfect om de migratiepatronen van de vroegere mensen mee te reconstrueren.
Een ander onderdeel van het project bestaat uit de verkoop van zelftest kits waarmee mensen over heel de wereld hun eigen DNA monster kunnen opsturen. Dit DNA monster is een beetje wangslijm. Onderzoekers van het Genographic project analyseren dit vervolgens. Na 6 weken kan de deelnemer zelf zijn of haar afstamming traceren (100.000 jaar terug!!!).
Hieronder treft u de uitslag aan van genetisch onderzoek naar mijn Y-chromosoom. Het Y-chromosoom wordt bijna onveranderd overgedragen van vader op zoon. Heel af en toe treedt er een mutatie op in dit chromosoom, maar in grote lijnen zou mijn Y-chromosoom identiek moeten zijn aan die van mijn vader, mijn grootvader Hugenholtz, overgrootvader Hugenholtz etcetera. De aanwezigheid van specifieke mutaties laten zien volgens welke route mijn directe mannelijke voorouders (de eerste Hugenholtzen) gevolgd hebben tijdens de volksverhuizingen.
Gerard Hugenholtz
De volgende mutaties zijn in het y-chromosoom van mijn voorvaders achtereenvolgens opgetreden, en dus als mutatie in mijn y-chromosoom terecht gekomen:
M168 M89 M9 M45 M207 (=R*) M173 (R1*) M343 (R1b*) P25 (R1b1*) P297 (R1b1b*) P269 (R1b1b2*)
M168: Mijn oudste mannelijke voorvader
Deze mutatie is ongeveer 60.000 geleden in Afrika bij deze voorouder opgetreden. Op dat moment zijn er nog slechts 10.000 homo sapiens over in de wereld. De mens is bijna uitgestorven. De stamvader die drager was van de M168 marker leefde ergens in de omgeving van Kenia, Tanzania, Ethiopië. Zijn nakomelingen waren de enige lijn die Afrika verliet en ook overleefden; waardoor hij de stamvader is van alle niet Afrikaanse mannen die nu leven.
Met deze stamvader heeft de verspreiding van de mensheid over de wereld een aanvang genomen.
M89: Op naar het Midden-Oosten
De stamvader waarbij deze mutatie optrad moet ongeveer 45.000 jaar geleden geleefd hebben, ergens in Noord Afrika of het Midden-Oosten. Het aantal mensen op de wereld was inmiddels gestegen tot enkele tienduizenden. De M89 marker wordt gevonden bij 90-95% van alle niet Afrikaanse mannen
M9: Van Arabië naar Azië
Toen omstreeks 40.000 jaar geleden grote klimaatveranderingen optraden, werd het in het leefgebied van mijn verre voorvaderen kouder en droger. Afrika werd getroffen door droogte en de graslanden veranderden in woestijn. Daardoor konden zij niet meer terug naar Afrika en moesten zij in het Midden-Oosten blijven, of verder trekken. Velen bleven in het Midden-Oosten, terwijl anderen verder trokken in de richting van het hedendaagse Iran en Centraal Azië. Zij volgden de kuddes wilde dieren, zoals buffalo’s, antilopes, wolharige mammoeten, en andere diersoorten over de halfdroge grasvlakten. In die tijd strekten deze vlakten zich uit van Frankrijk tot Korea en fungeerden als een soort supersnelweg van de oudheid, waarover de mens zich kon verplaatsen.
Omstreeks 40.000 jaar geleden vond ook een nieuwe mutatie in het y-DNA van een van mijn verre voorvaderen plaats. Waarschijnlijk leefde deze man in het huidige Iran of het zuiden van Centraal Azië. Deze mutatie is bekend onder de naam M9. Nakomelingen van deze voorvader met marker M9 verspreidden zich in 30000 jaar vanuit het huidige Iran en Centraal Azië geleidelijk over grote delen van Eurazië en de Euraziatische steppen. De genetische wetenschap spreekt in dit verband over de Eurasian Clan. Tot deze groep horen vrijwel alle mensen die van origine afkomstig zijn van het noordelijk halfrond. Tot die groep rekenen we bijna alle Noord-Amerikanen en Oost-Aziaten, evenals de meeste Europeanen en Indiërs. Ondanks het grote verspreidingsgebied van deze groep, werd hun opmars in Azië gestuit door de bergmassieven van zuidelijk Centraal Azië.
M45: Naar het noorden van Azië
De volgende stap in mijn persoonlijke afstammingsgeschiedenis - langs vaderlijke lijn - brengt mij bij de marker M45. Dit is een van de vier mutaties die is ontstaan uit marker M9. Marker M45 is 35.000 jaar geleden ontstaan  als in het y-DNA van een man die geleefd moet hebben in Centraal Azië, ten noorden van het bergachtige Hindu Kush, in het noorden van het huidige Afganistan. De wereldbevolking bestond omstreeks die tijd uit naar schatting 100.000 mensen.
Vanuit Hindu Kush verliep de migratie verder noordwaarts naar de rijke jachtgebieden op de steppes van het huidige Oezbekistan, Kazachstan en Zuid-Siberië. Vindingrijkheid en aanpassingsvermogen waren bittere noodzaak om de IJstijd te kunnen overleven in Siberië, een gebied waar tot dan toe nooit mensachtigen hadden gewoond.
De genetische wetenschap spreekt bij het verschijnen van de marker M45 van het ontstaan van de Central Asian Clan. De voorvader bij wie deze mutatie is ontstaan, is de voorvader geworden van de meeste Europeanen en vrijwel alle oorspronkelijke bewoners van Amerika.
M173: Van Azië richting Europa
Uit haplogroep P (M45) is vervolgens haplogroep R (M207) ontstaan. Tot deze haplogroep horen de meeste autochtone Europeanen. Wel ontstonden hier uit in de loop der tijd enkele andere haplogroepen. Allereerst was dat de groep met marker M173 (haplogroep R1). De stamvader van deze groep was een man die in Centraal Azië geleefd moet hebben. Zo’n 30.000 jaar geleden trokken zijn nazaten in een eerste grote golf vanuit Centraal Azië westwaarts Europa binnen. Het was de periode dat de Euraziatische steppen zich van het huidige Duitsland - en mogelijk zelf Frankrijk – uitstrekten tot Korea en China en er sprake was van gunstige klimatologische omstandigheden die tot een trek richting Europa uitnodigden.
Toen zo’n 20.000 jaar geleden het klimaat opnieuw veranderde en vanuit het poolgebied grote ijsmassa’s zuidwaarts kwamen, werden de nieuwe Europeanen gedwongen ook zuidwaarts te trekken. Zij trokken naar de gebieden waar tegenwoordig Spanje, Italië en de Balkanstaten liggen.
De komst van deze nieuwe Europeanen betekende het einde van de Neanderthalers, een niet verwante mensachtige soort die Europa en delen van West-Azië bewoonden. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat de moderne mens wel naast de Neanderthaler leefde, maar dat er geen sprake is geweest van genetische verwantschap. Waarschijnlijk vanwege de betere communicatieve vaardigheden, wapens en vindingrijkheid van de nieuwkomers hebben de Neanderthalers 14.000 jaar geleden uiteindelijk het onderspit moeten delven.
Nadat omstreeks 12.000 jaar geleden het klimaat weer warmer werd en de ijsmassa’s zich noordwaarts terugtrokken, trokken ook de afstammelingen van M173 weer naar het noorden en vestigden zich weer op de plaatsen die tijdens de IJstijd onbewoonbaar waren geworden. Het is dus niet verwonderlijk dat bij veel hedendaagse West-Europeanen de marker M173 in het y-DNA is terug te vinden, nakomelingen van de IJstijd-overwinteraars op het Iberisch Schiereiland.
Inmiddels is de techniek verder gevorderd. Ik heb daarom aanvullend onderzoek laten uitvoeren. Dit keer zijn geen 12, maar 67 markers onder de loep genomen.
Ik schijn te behoren tot de U152/S28 groep (beide naamgevingen worden door elkaar gebruikt). Deze groep is enkele jaren geleden ontdekt en heeft een gezamenlijke puntmutatie (SNP= Single Nucleotide Polymorphism) gemeen hebben. Alle mannelijke nakomelingen waarbij deze mutatie was opgetreden, hebben deze mutatie geërfd. De oervader waarbij deze mutatie  is opgetreden (naar schatting 3.500 jaar geleden) is naar alle waarschijnlijkheid een lid van de stam van de Alpiene Kelten, die leefde in de Alpen (Hallstatt cultuur).
Nu zijn er ook weer verschillende S28 stammen beschreven. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat ik behoor tot de S28-A groep (geen L2 mutatie en DYS492=12). Nu maar wachten tot er voldoende van deze personen gevonden worden, waardoor interpretatie beter mogelijk wordt. Wordt dus vervolgd!!
In onderstaande bron is het volgende over mijn testresultaten geschreven:

R1b-U152 Project Groups By Tibor Fehér Written: 20 Jan 2010

source: http://www.kerchner.com/r1bu152project/u152projectgroupsdescriptions.pdf

A group: U152+ L2- DYS 492 = 12
Those people belong here who tested 67 markers, are confirmed negative for L2 and have 12 (or rarely 13) at their DYS 492 locus. This group can be called as U152*, they do not have mutations upon which they could be assigned to any known U152 subgroup. Potential substructure of this group is under examination. The role of SNP L157 is under examination. Next step: no useful action possible this time, subdivision still in progress.




Z36 yDNA map
Stacks Image 10409