Dr. Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz (1820-1865)
Broer van mijn betovergrootvader: predikant in Emmen
Inleiding: Een Predikant in de Grensregio
In de negentiende eeuw, een periode van religieuze vernieuwing, politieke veranderingen en industriële vooruitgang in Europa, speelde de kerk een centrale rol in het sociale en morele leven van gemeenschappen. Te midden van deze dynamiek vinden we figuren als ds. Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz (1820-1865), een Nederlandse hervormde predikant wiens leven en werk nauw verweven zijn met de grensregio tussen Nederland en Duitsland. Geboren in een tijd waarin de Graafschap Bentheim nog deel uitmaakte van een complex web van vorstendommen en koninkrijken, belichaamde Hugenholtz de traditie van een predikantendynastie die generaties lang de geestelijke leiding nam in plattelands- en grensgemeenten. Als historicus en genealoog is het fascinerend om zijn biografie te reconstrueren, niet alleen als individueel verhaal, maar als venster op de bredere kerkgeschiedenis, familiebanden en culturele uitwisselingen in de Lage Landen.
Hugenholtz' leven, dat slechts 45 jaar besloeg, was gewijd aan de prediking en kerkelijke vernieuwing. Hij diende in meerdere gemeenten, van Duitse grensdorpen tot Nederlandse steden en dorpen, en liet een tastbare erfenis na in de vorm van een nieuwe kerk in Emmen. Zijn verhaal is er een van toewijding, maar ook van persoonlijke eigenaardigheden en conflicten, die hem tot een kleurrijke figuur maken in de annalen van de Nederlandse Hervormde Kerk. Door genealogisch onderzoek, historische bronnen, persoonlijke herinneringen – zoals die vastgelegd in familiearchieven en documenten uit de twintigste eeuw – en hedendaagse online genealogische databases te combineren, kunnen we een uitgebreid portret schetsen van deze man, wiens wortels diep in de Bentheimse tak van de Hugenholtz-familie liggen. Recente genealogische bronnen bevestigen zijn geboortedatum als 29 mei 1820 in Neuenhaus, en bieden aanvullende details over zijn afstamming en nalatenschap.
Genealogische Achtergrond: De Bentheimse Tak van de Hugenholtz-Dynastie
De familie Hugenholtz behoort tot een oude predikantendynastie die haar oorsprong vindt in het grensgebied tussen Nederland en Duitsland, specifiek in de Graafschap Bentheim. Deze regio, die in de achttiende en negentiende eeuw wisselde tussen Nederlandse invloeden, Franse bezetting en Hannoveraanse heerschappij, was een broeinest van gereformeerde theologie en tweetalige cultuur. De naam Hugenholtz, soms gespeld als Hügenholtz of Hugenholdt, gaat terug tot de zestiende eeuw, met vroege vermeldingen zoals een Hugenholdt in 1556. De stamvader van de moderne lijn is Petrus Bernardus Hugenholtz (1663-1736), praeceptor (leraar) aan de Latijnse school in Wetter an der Ruhr, getrouwd met Anna Maria Alberhausen. Zijn vader was Bernd Hugenholdt (ca. 1635-na 1715), een lokale ambtenaar, en verder terug Mr. Peter Hugenholdt (1610-1693), een notaris in Wetter. Deze lijn illustreert een opwaartse sociale mobiliteit van ambachtslieden naar intellectuelen en geestelijken, culminerend in een dynastie van 38 predikanten over 250 jaar, verspreid over Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten.
De directe voorouders van Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz waren diep verankerd in deze traditie. Zijn grootvader was ds. Henricus Stephanus Hugenholtz (1762-1842), geboren in Emlichheim, predikant in Genemuiden, Emlichheim en Veldhausen, getrouwd met Hendrina Keller (1758-1830) uit Neuenhaus. Deze grootvader was zoon van ds. Johannes Bernardus Theodorus Hugenholtz (1725-1789) en Swaantien Büssemaker (1726-1815), en stamde af van eerdere predikanten zoals ds. Friedrich Wilhelm Hugenholtz (1693-1730) en ds. Petrus Hermannus Hugenholtz (1695-1745). De familie was een typische 'predikantendynastie', waarbij het ambt van vader op zoon overging, vaak in kleine grensgemeenten waar Nederlands en Duits door elkaar liepen. Veel leden waren orthodox of confessioneel, maar sommigen neigden naar vrijzinnigheid.
Henricus' vader was ds. Johannes Bernardus Theodorus (JBTh) Hugenholtz (1796-1871), geboren in Emlichheim. JBTh studeerde theologie aan de Lingener Academie en werd in 1819 bevestigd als predikant in Coevorden, Nederland. Hij huwde op 11 juni 1819 in Veldhausen met Aleida Hana (1798-1834), dochter van Gerhard Willem Hana en Johanna Hendrica Keller uit Neuenhaus. JBTh's carrière was turbulent: hij diende in Coevorden, nam emeritaat wegens gezondheidsproblemen in 1821, herstelde in Veldhausen, en werd later predikant in Emlichheim (1834) en Neuenhaus (1836-1864). Hij worstelde met de 'verduitsing' van de kerk onder Hannoveraanse invloed, maar bleef vasthouden aan het Nederlands als kerktaal. JBTh was bekend om zijn vroomheid, spraakzaamheid en bemoeizucht, en overleed in 1871 als emeritus in Neuenhaus.
Aleida Hana, Henricus' moeder, overleed jong op 5 juli 1834 in Emlichheim, mogelijk aan complicaties na de geboorte van hun jongste kind. Het echtpaar had vier kinderen:
Henricus Stephanus Johannes (1820-1865), het onderwerp van dit essay.
Johanna Hendrica (1822-1857), geboren in Coevorden, gehuwd met ds. Leonard van Nes (1826-1884), predikant in Uelsen.
Gerhard Willem Karel (1826-1893), geboren in Neuenhaus, aanvankelijk predikant maar later overgestapt naar handel en wijnhandel in Kampen; hij huwde en had nakomelingen die de familielijn voortzetten.
Wilhelmina Berendina (1830-1847), geboren in Neuenhaus, die jong overleed.
Deze 'Bentheimse tak' van de Hugenholtz-familie symboliseert de grensoverschrijdende identiteit: Nederlands gereformeerd, maar met sterke Duitse banden. Henricus' leven zou deze traditie voortzetten, maar met een focus op Nederlandse gemeenten. Genealogische databases zoals Geni en Ancestry bevestigen deze relaties en bieden aanvullende details, zoals de migratiepatronen van de familie van Duitsland naar Nederland.
Jeugd, Opleiding en Vroege Carrière
Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz werd geboren op 29 mei 1820 in Neuenhaus, Graafschap Bentheim (nu Duitsland), tijdens zijn vaders korte periode in Coevorden – een vergissing in sommige bronnen plaatst het in Coevorden, maar Neuenhaus is correct op basis van doopregisters. Hij was de oudere broer van mijn betovergrootvader ds. GWK Hugenholtz (1826-1893). Zijn jeugd speelde zich af in een pastorie-omgeving, te midden van theologische discussies en grenspolitiek. Na de vroege dood van zijn moeder in 1834 groeide hij op in een gezin dat door ziekte en kerkelijke verplichtingen werd getekend.
In 1841 begon hij zijn theologiestudie aan de Universiteit van Utrecht, met een getuigschrift van het Gymnasium Osnabrugense. Hij promoveerde tot doctor in de theologie, wat zijn intellectuele scherpte onderstreepte. Zijn proefschrift is niet bewaard, maar zijn opleiding bereidde hem voor op een carrière in de prediking, waarin hij bekend zou staan als een 'goed preeker' met een diepgaande kennis van de Schrift.
Zijn eerste benoeming kwam in november 1845 als predikant in Bentheim (Duitsland). Al snel, op 27 september 1846, deed hij intrede in Veldhausen, met een preek over Jesaja 52:7a. Hier bleef hij tot 1853, in de voetsporen van zijn grootvader. In januari 1853 verhuisde hij naar Zwolle, Nederland, waar hij preekte over II Timotheüs 2:9b. In Zwolle toonde hij excentrieke trekjes: hij beperkte huisbezoeken, sloot zich vaak op in zijn huis en lag soms tot één uur 's middags in bed. Dit gedrag wekte controverse op, en hij kon niet goed omgaan met collega's, zoals ds. Van Senden, die hem 'schaapendief' noemde omdat hij kerkgangers zou 'aftroggelen'. Een anekdote, vastgelegd in familieherinneringen rond 1915 door ds. Van Wijk te Zwolle, illustreert dit conflict. Een andere verhaal vertelt hoe hij weigerde te spreken over de Heilige Geest tijdens een vermeend ziekenbezoek, dat een voorwendsel bleek voor een discussie: "De Heilige Geest is een geest van waarheid, en die vind ik hier niet," zei hij, waarna hij vertrok. Ondanks deze eigenaardigheden was hij een begaafd prediker; ds. Cramer, broer van Mevr. Hugenholtz-Cramer en een afgescheiden predikant, vertelde later dat hij zich op tienjarige leeftijd bekeerde onder een preek van Hugenholtz. Deze persoonlijke getuigenissen, vastgelegd in familiearchieven zoals die van J.H. Hugenholtz, onderstrepen zijn spirituele invloed, zelfs te midden van persoonlijke worstelingen.
Hoogtepunt in Emmen: Kerkbouw en Gemeenschapsleiding
Op 2 juli 1854 arriveerde Hugenholtz in Emmen, waar hij tot zijn dood zou blijven. Hij vond de oude kerk donker en somber, en wenste niet langer daarin te preken. Door zijn bemoeiingen ging men over tot de bouw van een nieuwe kerk, een project dat zijn toewijding aan vernieuwing illustreert. De eerste steen werd gelegd op 28 juli 1855 door aannemer Willem van Enst. Op 2 juli 1856 wijdde hij de kerk in met een rede over Genesis 33:17b: "Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij den naam dier plaats Sukkoth." Dit project was een mijlpaal in de lokale kerkgeschiedenis en weerspiegelt de negentiende-eeuwse trend van kerkvernieuwing in groeiende plattelandsgemeenten, zoals beschreven in "Ecclesia Emmenis" van H.T. Buiskool (uitgeverij Van Gorcum & Comp., Assen).
In Emmen was Hugenholtz een toegewijde herder, al bleef zijn persoonlijkheid eigenzinnig. Hij preekte vurig en droeg bij aan de spirituele opbouw van de gemeenschap in een tijd van secularisatie en industriële veranderingen in Drenthe. Hij werd gezien als de laatste 'rechtzinnige' predikant in Emmen; na zijn dood in 1865 (sommige bronnen vermelden per abuis 1867) ontstond een discussie over zijn opvolging, waarbij tegenover de evangelische predikant Gooszen van rechtzinnige zijde ds. Sonnebel uit Middelburg werd gesteld. Een opvallende anekdote uit Emmen, verteld door Mevr. van Weelen te Frederiksoord, betreft een Oudejaarsavonddienst: Hugenholtz verliet de preekstoel zonder de zegen uit te spreken, omdat er in de kerk oudejaarsavondschieten plaatsvond – een teken van zijn strikte principes ten aanzien van orde en heiligheid in de kerk. Deze details, ontleend aan werken als "Ecclesia Emmenis" en familieherinneringen, schetsen een man die niet alleen bouwer was van stenen kerken, maar ook van spirituele gemeenschappen, al werd zijn werk soms overschaduwd door persoonlijke eigenaardigheden.
Persoonlijk Leven: Huwelijk, Ongeluk en Afwezigheid van Nakomelingen
Op 12 april 1859, op 38-jarige leeftijd, huwde Hugenholtz met Alida Marie Johanna Weber (1828-1924), dochter van een familie uit Neuenhaus. Weber overleefde haar man met bijna 60 jaar, overlijdend op hoge leeftijd in Neuenhaus. Het paar had geen kinderen, wat de directe lijn van Henricus afbrak. Dit contrasteert met de vruchtbare familiegeschiedenis elders; zijn broer Gerhard Willem Karel zou de tak voortzetten met nakomelingen als ds. Johannes Bernardus Theodorus Hugenholtz (1859-1922), een activist en predikant in Axel, wiens kinderen op hun beurt beroepen uitoefenden in suikerindustrie, prediking en handel. Familieherinneringen suggereren dat het huwelijk ongelukkig was, wat mogelijk bijdroeg aan Hugenholtz' teruggetrokken gedrag en gezondheidsproblemen.
Er zijn weinig details over hun huwelijksleven, maar familiearchieven vermelden alledaagse herinneringen, zoals een bewaard theekopje met zijn naam, nu in bezit van een achterneef. Genealogische bronnen wijzen ook op bredere familiebanden, zoals neven en nichten in de Verenigde Staten en Indonesië, waar latere Hugenholtz-leden migreerden voor werk in plantages en kerken.
Uitgebreidere Familieherinneringen: Anekdotes en Erfgoed
Familieherinneringen aan ds. Hugenholtz, vaak doorgegeven via mondelinge overlevering en schriftelijke notities uit de twintigste eeuw, bieden een rijkere inkijk in zijn karakter. Een document uit familiearchieven, getiteld "Bijlage V.2", samengesteld door J.H. Hugenholtz, bundelt citaten uit "Ecclesia Emmenis" en persoonlijke verhalen. Hierin wordt zijn rol in de kerkbouw benadrukt, evenals zijn rechtzinnigheid. Aanvullende anekdotes, verzameld uit genealogische onderzoeken door latere generaties, schilderen hem als een man van principes: in Zwolle weigerde hij huisbezoeken en trok zich terug, mogelijk door depressie of huwelijksproblemen. Zijn bekering van ds. Cramer op jonge leeftijd toont zijn predikkracht, terwijl het incident met de Heilige Geest zijn scherpzinnigheid en afkeer van oneerlijkheid illustreert.
Hedendaagse familieonderzoekers, zoals nazaten in Nederland, hebben deze herinneringen uitgebreid met archiefvondsten. Bijvoorbeeld, een silhouetportret van Hugenholtz, daterend uit zijn tijd in Emmen, bewaard in het Noord-Hollands Archief (inventarisnummer NL-HlmNHA 53014309), toont hem als een formele, serieuze figuur – een lithografie met handtekening, uitgegeven door Wed. P. Barbiers in Zwolle. Dit visuele erfgoed, beschikbaar via Wikimedia Commons, voegt een tastbare dimensie toe aan de verhalen. Andere herinneringen uit de bredere familie, zoals die van zijn neefjes en nichtjes via broer Gerhard, beschrijven de dynastie als vroom maar avontuurlijk, met migraties naar koloniën waar Hugenholtz-namen in suikerplantages en missiewerk opduiken.
Deze uitgebreidere herinneringen, vaak verzameld door genealogen sinds de jaren 1970, benadrukken thema's van geloof, grensoverschrijding en persoonlijke strijd. Ze leven voort in online databases en familiewebsites, waar nazaten zoals artsen, fysici en historici de erfenis voortzetten.
Overlijden en Nalatenschap
Henricus Hugenholtz overleed op 29 december 1865 in Emmen, na een drie maanden durend ziekbed aan een keelziekte. Hij werd begraven in het familiegraf in Veldhausen, dat in 1987 niet meer bestond. Zijn dood op 45-jarige leeftijd markeerde het einde van een veelbelovende carrière.
Zijn nalatenschap leeft voort in de kerk van Emmen, die hij hielp bouwen, en in de genealogie van de Hugenholtz-familie. Als deel van de Bentheimse tak droeg hij bij aan de continuïteit van gereformeerde prediking in de grensregio. Hedendaagse nakomelingen, via zijn broers lijn, omvatten professionals in diverse velden, wat de evolutie van de familie van geestelijkheid naar seculiere beroepen illustreert. Persoonlijke verhalen, zoals de bekering van ds. Cramer en de anekdotes over zijn principiële houding, houden zijn herinnering levend en benadrukken zijn rol als een predikant die, ondanks persoonlijke uitdagingen, een blijvende impact had op individuen en gemeenschappen.
Conclusie: Een Brug Tussen Traditie en Vernieuwing
Ds. Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz was meer dan een predikant; hij was een schakel in een eeuwenoude dynastie, een bouwer in letterlijke en figuurlijke zin, en een man wiens leven de uitdagingen van de negentiende eeuw weerspiegelt. Van zijn geboorte in Neuenhaus tot zijn werk in Emmen, belichaamde hij de grensoverschrijdende identiteit van de Lage Landen. Als genealoog zien we hoe zijn kinderloze huwelijk de familielijn verschuift, maar zijn historische rol blijft: een getuigenis van geloof, gemeenschap en doorzettingsvermogen in een veranderende wereld. Zijn verhaal, verrijkt met persoonlijke herinneringen, genealogische details en kerkhistorische bronnen, verdient erkenning in de bredere Nederlandse kerk- en familiegeschiedenis.
In de negentiende eeuw, een periode van religieuze vernieuwing, politieke veranderingen en industriële vooruitgang in Europa, speelde de kerk een centrale rol in het sociale en morele leven van gemeenschappen. Te midden van deze dynamiek vinden we figuren als ds. Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz (1820-1865), een Nederlandse hervormde predikant wiens leven en werk nauw verweven zijn met de grensregio tussen Nederland en Duitsland. Geboren in een tijd waarin de Graafschap Bentheim nog deel uitmaakte van een complex web van vorstendommen en koninkrijken, belichaamde Hugenholtz de traditie van een predikantendynastie die generaties lang de geestelijke leiding nam in plattelands- en grensgemeenten. Als historicus en genealoog is het fascinerend om zijn biografie te reconstrueren, niet alleen als individueel verhaal, maar als venster op de bredere kerkgeschiedenis, familiebanden en culturele uitwisselingen in de Lage Landen.
Hugenholtz' leven, dat slechts 45 jaar besloeg, was gewijd aan de prediking en kerkelijke vernieuwing. Hij diende in meerdere gemeenten, van Duitse grensdorpen tot Nederlandse steden en dorpen, en liet een tastbare erfenis na in de vorm van een nieuwe kerk in Emmen. Zijn verhaal is er een van toewijding, maar ook van persoonlijke eigenaardigheden en conflicten, die hem tot een kleurrijke figuur maken in de annalen van de Nederlandse Hervormde Kerk. Door genealogisch onderzoek, historische bronnen, persoonlijke herinneringen – zoals die vastgelegd in familiearchieven en documenten uit de twintigste eeuw – en hedendaagse online genealogische databases te combineren, kunnen we een uitgebreid portret schetsen van deze man, wiens wortels diep in de Bentheimse tak van de Hugenholtz-familie liggen. Recente genealogische bronnen bevestigen zijn geboortedatum als 29 mei 1820 in Neuenhaus, en bieden aanvullende details over zijn afstamming en nalatenschap.
Genealogische Achtergrond: De Bentheimse Tak van de Hugenholtz-Dynastie
De familie Hugenholtz behoort tot een oude predikantendynastie die haar oorsprong vindt in het grensgebied tussen Nederland en Duitsland, specifiek in de Graafschap Bentheim. Deze regio, die in de achttiende en negentiende eeuw wisselde tussen Nederlandse invloeden, Franse bezetting en Hannoveraanse heerschappij, was een broeinest van gereformeerde theologie en tweetalige cultuur. De naam Hugenholtz, soms gespeld als Hügenholtz of Hugenholdt, gaat terug tot de zestiende eeuw, met vroege vermeldingen zoals een Hugenholdt in 1556. De stamvader van de moderne lijn is Petrus Bernardus Hugenholtz (1663-1736), praeceptor (leraar) aan de Latijnse school in Wetter an der Ruhr, getrouwd met Anna Maria Alberhausen. Zijn vader was Bernd Hugenholdt (ca. 1635-na 1715), een lokale ambtenaar, en verder terug Mr. Peter Hugenholdt (1610-1693), een notaris in Wetter. Deze lijn illustreert een opwaartse sociale mobiliteit van ambachtslieden naar intellectuelen en geestelijken, culminerend in een dynastie van 38 predikanten over 250 jaar, verspreid over Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten.
De directe voorouders van Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz waren diep verankerd in deze traditie. Zijn grootvader was ds. Henricus Stephanus Hugenholtz (1762-1842), geboren in Emlichheim, predikant in Genemuiden, Emlichheim en Veldhausen, getrouwd met Hendrina Keller (1758-1830) uit Neuenhaus. Deze grootvader was zoon van ds. Johannes Bernardus Theodorus Hugenholtz (1725-1789) en Swaantien Büssemaker (1726-1815), en stamde af van eerdere predikanten zoals ds. Friedrich Wilhelm Hugenholtz (1693-1730) en ds. Petrus Hermannus Hugenholtz (1695-1745). De familie was een typische 'predikantendynastie', waarbij het ambt van vader op zoon overging, vaak in kleine grensgemeenten waar Nederlands en Duits door elkaar liepen. Veel leden waren orthodox of confessioneel, maar sommigen neigden naar vrijzinnigheid.
Henricus' vader was ds. Johannes Bernardus Theodorus (JBTh) Hugenholtz (1796-1871), geboren in Emlichheim. JBTh studeerde theologie aan de Lingener Academie en werd in 1819 bevestigd als predikant in Coevorden, Nederland. Hij huwde op 11 juni 1819 in Veldhausen met Aleida Hana (1798-1834), dochter van Gerhard Willem Hana en Johanna Hendrica Keller uit Neuenhaus. JBTh's carrière was turbulent: hij diende in Coevorden, nam emeritaat wegens gezondheidsproblemen in 1821, herstelde in Veldhausen, en werd later predikant in Emlichheim (1834) en Neuenhaus (1836-1864). Hij worstelde met de 'verduitsing' van de kerk onder Hannoveraanse invloed, maar bleef vasthouden aan het Nederlands als kerktaal. JBTh was bekend om zijn vroomheid, spraakzaamheid en bemoeizucht, en overleed in 1871 als emeritus in Neuenhaus.
Aleida Hana, Henricus' moeder, overleed jong op 5 juli 1834 in Emlichheim, mogelijk aan complicaties na de geboorte van hun jongste kind. Het echtpaar had vier kinderen:
Henricus Stephanus Johannes (1820-1865), het onderwerp van dit essay.
Johanna Hendrica (1822-1857), geboren in Coevorden, gehuwd met ds. Leonard van Nes (1826-1884), predikant in Uelsen.
Gerhard Willem Karel (1826-1893), geboren in Neuenhaus, aanvankelijk predikant maar later overgestapt naar handel en wijnhandel in Kampen; hij huwde en had nakomelingen die de familielijn voortzetten.
Wilhelmina Berendina (1830-1847), geboren in Neuenhaus, die jong overleed.
Deze 'Bentheimse tak' van de Hugenholtz-familie symboliseert de grensoverschrijdende identiteit: Nederlands gereformeerd, maar met sterke Duitse banden. Henricus' leven zou deze traditie voortzetten, maar met een focus op Nederlandse gemeenten. Genealogische databases zoals Geni en Ancestry bevestigen deze relaties en bieden aanvullende details, zoals de migratiepatronen van de familie van Duitsland naar Nederland.
Jeugd, Opleiding en Vroege Carrière
Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz werd geboren op 29 mei 1820 in Neuenhaus, Graafschap Bentheim (nu Duitsland), tijdens zijn vaders korte periode in Coevorden – een vergissing in sommige bronnen plaatst het in Coevorden, maar Neuenhaus is correct op basis van doopregisters. Hij was de oudere broer van mijn betovergrootvader ds. GWK Hugenholtz (1826-1893). Zijn jeugd speelde zich af in een pastorie-omgeving, te midden van theologische discussies en grenspolitiek. Na de vroege dood van zijn moeder in 1834 groeide hij op in een gezin dat door ziekte en kerkelijke verplichtingen werd getekend.
In 1841 begon hij zijn theologiestudie aan de Universiteit van Utrecht, met een getuigschrift van het Gymnasium Osnabrugense. Hij promoveerde tot doctor in de theologie, wat zijn intellectuele scherpte onderstreepte. Zijn proefschrift is niet bewaard, maar zijn opleiding bereidde hem voor op een carrière in de prediking, waarin hij bekend zou staan als een 'goed preeker' met een diepgaande kennis van de Schrift.
Zijn eerste benoeming kwam in november 1845 als predikant in Bentheim (Duitsland). Al snel, op 27 september 1846, deed hij intrede in Veldhausen, met een preek over Jesaja 52:7a. Hier bleef hij tot 1853, in de voetsporen van zijn grootvader. In januari 1853 verhuisde hij naar Zwolle, Nederland, waar hij preekte over II Timotheüs 2:9b. In Zwolle toonde hij excentrieke trekjes: hij beperkte huisbezoeken, sloot zich vaak op in zijn huis en lag soms tot één uur 's middags in bed. Dit gedrag wekte controverse op, en hij kon niet goed omgaan met collega's, zoals ds. Van Senden, die hem 'schaapendief' noemde omdat hij kerkgangers zou 'aftroggelen'. Een anekdote, vastgelegd in familieherinneringen rond 1915 door ds. Van Wijk te Zwolle, illustreert dit conflict. Een andere verhaal vertelt hoe hij weigerde te spreken over de Heilige Geest tijdens een vermeend ziekenbezoek, dat een voorwendsel bleek voor een discussie: "De Heilige Geest is een geest van waarheid, en die vind ik hier niet," zei hij, waarna hij vertrok. Ondanks deze eigenaardigheden was hij een begaafd prediker; ds. Cramer, broer van Mevr. Hugenholtz-Cramer en een afgescheiden predikant, vertelde later dat hij zich op tienjarige leeftijd bekeerde onder een preek van Hugenholtz. Deze persoonlijke getuigenissen, vastgelegd in familiearchieven zoals die van J.H. Hugenholtz, onderstrepen zijn spirituele invloed, zelfs te midden van persoonlijke worstelingen.
Hoogtepunt in Emmen: Kerkbouw en Gemeenschapsleiding
Op 2 juli 1854 arriveerde Hugenholtz in Emmen, waar hij tot zijn dood zou blijven. Hij vond de oude kerk donker en somber, en wenste niet langer daarin te preken. Door zijn bemoeiingen ging men over tot de bouw van een nieuwe kerk, een project dat zijn toewijding aan vernieuwing illustreert. De eerste steen werd gelegd op 28 juli 1855 door aannemer Willem van Enst. Op 2 juli 1856 wijdde hij de kerk in met een rede over Genesis 33:17b: "Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij den naam dier plaats Sukkoth." Dit project was een mijlpaal in de lokale kerkgeschiedenis en weerspiegelt de negentiende-eeuwse trend van kerkvernieuwing in groeiende plattelandsgemeenten, zoals beschreven in "Ecclesia Emmenis" van H.T. Buiskool (uitgeverij Van Gorcum & Comp., Assen).
In Emmen was Hugenholtz een toegewijde herder, al bleef zijn persoonlijkheid eigenzinnig. Hij preekte vurig en droeg bij aan de spirituele opbouw van de gemeenschap in een tijd van secularisatie en industriële veranderingen in Drenthe. Hij werd gezien als de laatste 'rechtzinnige' predikant in Emmen; na zijn dood in 1865 (sommige bronnen vermelden per abuis 1867) ontstond een discussie over zijn opvolging, waarbij tegenover de evangelische predikant Gooszen van rechtzinnige zijde ds. Sonnebel uit Middelburg werd gesteld. Een opvallende anekdote uit Emmen, verteld door Mevr. van Weelen te Frederiksoord, betreft een Oudejaarsavonddienst: Hugenholtz verliet de preekstoel zonder de zegen uit te spreken, omdat er in de kerk oudejaarsavondschieten plaatsvond – een teken van zijn strikte principes ten aanzien van orde en heiligheid in de kerk. Deze details, ontleend aan werken als "Ecclesia Emmenis" en familieherinneringen, schetsen een man die niet alleen bouwer was van stenen kerken, maar ook van spirituele gemeenschappen, al werd zijn werk soms overschaduwd door persoonlijke eigenaardigheden.
Persoonlijk Leven: Huwelijk, Ongeluk en Afwezigheid van Nakomelingen
Op 12 april 1859, op 38-jarige leeftijd, huwde Hugenholtz met Alida Marie Johanna Weber (1828-1924), dochter van een familie uit Neuenhaus. Weber overleefde haar man met bijna 60 jaar, overlijdend op hoge leeftijd in Neuenhaus. Het paar had geen kinderen, wat de directe lijn van Henricus afbrak. Dit contrasteert met de vruchtbare familiegeschiedenis elders; zijn broer Gerhard Willem Karel zou de tak voortzetten met nakomelingen als ds. Johannes Bernardus Theodorus Hugenholtz (1859-1922), een activist en predikant in Axel, wiens kinderen op hun beurt beroepen uitoefenden in suikerindustrie, prediking en handel. Familieherinneringen suggereren dat het huwelijk ongelukkig was, wat mogelijk bijdroeg aan Hugenholtz' teruggetrokken gedrag en gezondheidsproblemen.
Er zijn weinig details over hun huwelijksleven, maar familiearchieven vermelden alledaagse herinneringen, zoals een bewaard theekopje met zijn naam, nu in bezit van een achterneef. Genealogische bronnen wijzen ook op bredere familiebanden, zoals neven en nichten in de Verenigde Staten en Indonesië, waar latere Hugenholtz-leden migreerden voor werk in plantages en kerken.
Uitgebreidere Familieherinneringen: Anekdotes en Erfgoed
Familieherinneringen aan ds. Hugenholtz, vaak doorgegeven via mondelinge overlevering en schriftelijke notities uit de twintigste eeuw, bieden een rijkere inkijk in zijn karakter. Een document uit familiearchieven, getiteld "Bijlage V.2", samengesteld door J.H. Hugenholtz, bundelt citaten uit "Ecclesia Emmenis" en persoonlijke verhalen. Hierin wordt zijn rol in de kerkbouw benadrukt, evenals zijn rechtzinnigheid. Aanvullende anekdotes, verzameld uit genealogische onderzoeken door latere generaties, schilderen hem als een man van principes: in Zwolle weigerde hij huisbezoeken en trok zich terug, mogelijk door depressie of huwelijksproblemen. Zijn bekering van ds. Cramer op jonge leeftijd toont zijn predikkracht, terwijl het incident met de Heilige Geest zijn scherpzinnigheid en afkeer van oneerlijkheid illustreert.
Hedendaagse familieonderzoekers, zoals nazaten in Nederland, hebben deze herinneringen uitgebreid met archiefvondsten. Bijvoorbeeld, een silhouetportret van Hugenholtz, daterend uit zijn tijd in Emmen, bewaard in het Noord-Hollands Archief (inventarisnummer NL-HlmNHA 53014309), toont hem als een formele, serieuze figuur – een lithografie met handtekening, uitgegeven door Wed. P. Barbiers in Zwolle. Dit visuele erfgoed, beschikbaar via Wikimedia Commons, voegt een tastbare dimensie toe aan de verhalen. Andere herinneringen uit de bredere familie, zoals die van zijn neefjes en nichtjes via broer Gerhard, beschrijven de dynastie als vroom maar avontuurlijk, met migraties naar koloniën waar Hugenholtz-namen in suikerplantages en missiewerk opduiken.
Deze uitgebreidere herinneringen, vaak verzameld door genealogen sinds de jaren 1970, benadrukken thema's van geloof, grensoverschrijding en persoonlijke strijd. Ze leven voort in online databases en familiewebsites, waar nazaten zoals artsen, fysici en historici de erfenis voortzetten.
Overlijden en Nalatenschap
Henricus Hugenholtz overleed op 29 december 1865 in Emmen, na een drie maanden durend ziekbed aan een keelziekte. Hij werd begraven in het familiegraf in Veldhausen, dat in 1987 niet meer bestond. Zijn dood op 45-jarige leeftijd markeerde het einde van een veelbelovende carrière.
Zijn nalatenschap leeft voort in de kerk van Emmen, die hij hielp bouwen, en in de genealogie van de Hugenholtz-familie. Als deel van de Bentheimse tak droeg hij bij aan de continuïteit van gereformeerde prediking in de grensregio. Hedendaagse nakomelingen, via zijn broers lijn, omvatten professionals in diverse velden, wat de evolutie van de familie van geestelijkheid naar seculiere beroepen illustreert. Persoonlijke verhalen, zoals de bekering van ds. Cramer en de anekdotes over zijn principiële houding, houden zijn herinnering levend en benadrukken zijn rol als een predikant die, ondanks persoonlijke uitdagingen, een blijvende impact had op individuen en gemeenschappen.
Conclusie: Een Brug Tussen Traditie en Vernieuwing
Ds. Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz was meer dan een predikant; hij was een schakel in een eeuwenoude dynastie, een bouwer in letterlijke en figuurlijke zin, en een man wiens leven de uitdagingen van de negentiende eeuw weerspiegelt. Van zijn geboorte in Neuenhaus tot zijn werk in Emmen, belichaamde hij de grensoverschrijdende identiteit van de Lage Landen. Als genealoog zien we hoe zijn kinderloze huwelijk de familielijn verschuift, maar zijn historische rol blijft: een getuigenis van geloof, gemeenschap en doorzettingsvermogen in een veranderende wereld. Zijn verhaal, verrijkt met persoonlijke herinneringen, genealogische details en kerkhistorische bronnen, verdient erkenning in de bredere Nederlandse kerk- en familiegeschiedenis.