Dr. Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz (1820-1865)

Broer van mijn betovergrootvader: predikant in Emmen

Stacks Image 3933
Henricus Stephanus Johannes Hugenholtz (1820-1865)
Stacks Image 3980
Nederlands-Hervormde kerk in Emmen anno 2012
Stacks Image 3964
Zijn theekopje met naam er op. In bezit van mijn achterneef HSJ Hillwood/Hugenholtz geb 1959)
Hij is geboren in Neuenhaus in 1820 en was de oudere broer van mijn betovergrootvader ds. GWK Hugenholtz (1826-1893). In 1841 ging hij theologie in Utrecht (cum testemonis Gymnasii Osnabruggenius) en werd uiteindelijk doctor in de theologie. In november 1845 werd hij predikant in Bentheim (D) en vervolgens in Veldhausen vanaf 27 september 1846 waar hij zijn intrede hield over Jesaja 52: 7a en in Zwolle vanaf 23 januari 1853 waar hij zijn intrede hield over II Timotheus 2: 9b.
In Zwolle deed hij niet veel aan huisbezoek, hij sloot zich op in zijn huis en bleef vaak tot één uur in bed. Ook schijnt hij niet zo best te hebben kunnen omgaan met ds. van Senden uit Zwolle. Ds. van Wijk uit Zwolle vertelde rond 1915 aan mijn grootvader, ds. G.W.K. Hugenholtz (1889-1969), dat hij van Senden eens voor "Schoapendief" had uitgemaakt, omdat hij hem kerkbezoekers af zou troggelen. Eens op huisbezoek geroepen bleek hem dat men hem onder voorwendsel van ziekte in een gezelschap wilde vragen over de Heilige Geest. Met de woorden: "De Heilige Geest is een geest van waarheid en die vind ik hier niet", vertrok hij weer. Hij was dr. in de theologie en hij schijnt een goede predikant te zijn geweest. Zo heeft de broer van mijn betovergrootmoeder, ds. Cramer, rond 1900 aan mijn grootvader, G.W.K. Hugenholtz (1889-1969), verteld dat hij tijdens één van zijn preken bekeerd is. Op een oudejaarsavond is hij eens zonder de zegen uit te spreken uit de kerk vertrokken, omdat er in de kerk “oudejaarsschieten” plaats zou vinden. Op 2 juli 1854 vertrok hij als predikant naar Emmen. Hier maakte hij al snel kenbaar dat hij niet langer in de oude kerk wilde preken. Hij zorgde ervoor dat aan de bouw van een nieuwe kerk begonnen werd. Op 2 juli 1856, 2 jaar na zijn komst naar Emmen, wijdde hij de nieuwe kerk in met een rede over Genesis 33: 17b: "Maar Jacob reisde naar Sukkoth en bouwde een huis voor zich en maakte hutten voor het vee; daarom noemde hij de naam dier plaats Sukkoth". Hij is op 12 april 1859 getrouwd met Alida Marie Johanna Weber (16 februari 1828-1924). Voor zover mij bekend hebben ze geen kinderen gehad.
Hij is in 1865 -na een ziekbed van drie maanden- overleden in Emmen aan een Keelziekte en begraven in het familiegraf in Veldhausen. Dit familiegraf was bij mijn bezoek aan Veldhausen in 1987 niet meer aanwezig.
Zijn echtgenote is op zeer hoge leeftijd overleden in Neuenhaus.